Het woord van de dag wordt u vandaag aangeboden door de Vlaamse regering: stechelen.
stechelen (onoverg.; stechelde, h. gestecheld) (gew.) 1 spieken; – vals spelen 2 kibbelen, krakelen, harrewarren; – elkaar steken onder water geven – (1895) vermoedelijk iteratief van Du. stechen (steken, maar in het kaartspel het slaan door de hogere kaart van de lagere)
Weer een woord waarvan ik verbaasd ben dat in Den Dikke te vinden omdat ik dacht dat dat dialect was. Ik spreek de s vooraan dan wel uit als een sh (gelijk in het Engels "shoe"). Shtechelen dus. En enkel gebruikt in de tweede betekenis, bekvechten. Iemand die stechelt noemen we in het dialect een shtecheleir (of dus stechelaar in het A.N.).
Lees de artikels van Chris Dust, Dokter Wolf of Uw Moeder.
Toffe link gezien? We zetten hem op Appelogen!
Contacteer ons
Wie is wie op Appelogen?
RSS 2.0
RSS Commentaren
Appelogen op Facebook
Appelogen op Flickr
Appelogen op Twitter
Een werkwoord dat mijn zuster en ik perfect beheersen. In onze puberteit toch, volgens ons moeder.