Zo vader, zo zoon

Author

Categories

Share

Kinderen worden vaak niet voor niets de appelogen van hun ouders genoemd. Wanneer er echter prestatie bij komt kijken kan die relatie snel stroef worden. Zo las ik op f1maximaal over de moeizame relatie tussen vader en zoon Max en Jos Verstappen.

In de voetsporen van, in de schaduw van

Wie kijkt naar de verschillende zonen van F1 coureurs die in hun vaders voetsporen volgde zitten er vooral missers tussen. Het gros van hen haalde uiteindelijk minder punten dan hun vaders. Als je achtergrond die is van de protegé van een voormalig coureur wordt je waarschijnlijk snel overschat. Het is niet dat deze jongen het heel slecht deden, maar een beetje minder is bij F1 een boel minder. Soms is het echter transparant nepotisme. Zo had je Kazuki Nakajima. De jongen, de zoon van coureur Satoru Nakajima uit de jaren ’80, reed voor Williams puur vanwege een dealtje. Williams zou Toyota motoren krijgen, mits Kazuki mee mocht rijden. Grappig genoeg haalde hij wel meer punten dan zijn vader per seizoen: 4,5 tegenover de 3,2 van zijn vader. Deze mocht echter vijf seizoenen rijden, Kazuki maar twee.

Leerling wordt mentor

Waar de meeste opvolgers van race dynastieën het minder deden is Max hierin een van de weinige uitzonderingen. Waar Jos goed was is Max uitmuntend. Toegegeven, Jos zijn performance was vaak ingeperkt door slechtere bolides. Maar het verschil is merkbaar. Toch hangt Jos als een schaduw achter Max, constant sturing gevende. Doet Jos hier wel goed aan?

Tijgerouder

Wanneer prestatie zichzelf mengt in de ouder kind relatie verandert die dynamiek. Bot gezegd, jong talent komt zelden voort uit laconieke ouders. Kinderen hebben vaak andere prioriteiten dan enkel hun hobby, school of sport. Sturing van de ouders zorgt ervoor dat die magische 10,000 uurtjes ergens ingestopt worden. Zeker wanneer de ouder zelf ervaring in het veld heeft is die sturing bijzonder nuttig. De ouder kan dan veel concreter ingaan op de ontwikkeling van het kind. Tegelijkertijd zijn ze een concreet rolmodel voor het kind. Een ouder die zelf niet de ervaring heeft op het gebied waar gepresteerd moet worden vervalt al snel in één van twee stijlen. De eerste stijl is alles uit handen geven aan trainers, en woord voor woord hetzelfde als de trainer zeggen. De tweede stijl is simpelweg zeggen dat het kind langer moet oefenen, studeren of trainen. Beide stijlen zijn concreet nuttig, want trainers weten meer dan het kind en meer uren ergens stoppen kan zelden kwaad. Maar ouders moeten waken dat de prestatie van hun kind geen surrogaat wordt voor hun eigen prestatie, of gebrek daaraan. Zeker wanneer een kind als Max zo een talent blijkt te zijn, wat kan Jos dan meer bijdragen dan het team om Max heen?

 

Author

Share